Datum uitspraak: 11-12-2019
Nummer uitspraak: 108984
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Voortgezet onderwijs
Samenvatting 

Situatie
De werkgever had de werknemer bij wijze van ordemaatregel voor een periode van maximaal drie maanden geschorst in het belang van de instelling. De werknemer diende bezwaar tegen dit besluit bij de Commissie in. De Commissie oordeelde het bezwaar ongegrond. De ernstige signalen over ongewenst gedrag van de werknemer waren volgens de Commissie voldoende reden voor de werkgever om een onderzoek in te stellen. Omdat het onderzoek nog niet was afgerond, verlengde de werkgever de eerdere schorsing tot nader order. Tegen dit besluit dient de werknemer weer bezwaar in. De werkgever stelt dat geen sprake is van een nieuw besluit waartegen bezwaar openstaat en meent dat de in de cao opgenomen verweerprocedure niet van toepassing is op een verlenging van een schorsing.

Advies van de Commissie
De Commissie adviseert het bezwaar gegrond te verklaren.

Toelichting
Er is sprake van een nieuw besluit tot schorsing van de werknemer voor de periode na afloop van de eerdere schorsing. De verweerprocedure geldt ook voor de verlenging van een schorsing, zelfs al zouden de omstandigheden niet zijn gewijzigd. Doordat de werkgever de werknemer niet in de gelegenheid heeft gesteld zich tegen het voornemen tot verlenging te verweren, is hij in zijn belangen geschaad. Vanwege deze formele reden, adviseert de Commissie de werkgever om het bezwaar gegrond te verklaren.