Datum uitspraak: 28-10-2020
Nummer uitspraak: 109326
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Middelbaar beroepsonderwijs
Samenvatting 

Situatie
De werknemer is werkzaam als Afdelingsmanager. Op een gegeven moment solliciteert hij intern naar de functie van docent LD. Hij wordt voorwaardelijk benoemd omdat hij nog niet beschikt over de vereiste opleiding. In de benoemingsbrief is een terugkeergarantie naar zijn oorspronkelijke functie met bijbehorend salaris opgenomen.
De werknemer stopt voortijdig met de opleiding, waardoor hij niet definitief kan worden benoemd in de functie docent LD. De werkgever biedt hem de functie docent LC aan. De werknemer stemt daarmee in, maar niet met de teruggang in salaris. Partijen hebben daarover diverse gesprekken. Uiteindelijk deelt de werkgever de werknemer mee dat hij wordt geplaatst in de functie van docent LC met lager salaris. De werknemer stelt dat hij recht heeft op een toelage conform de cao, maar de werkgever kent de toelage niet toe. 

Uitspraak van de Commissie
De werkgever heeft artikel 5.5 lid 4 cao mbo niet juist toegepast door de werknemer geen persoonlijk toelage toe te kennen.

Toelichting
De werkgever heeft op verschillende momenten schriftelijk bevestigd dat sprake was van een terugkeergarantie naar de functie van Afdelingsmanager. Dat die terugkeergarantie desondanks niet zou gelden, zoals de werkgever stelt, volgt de Commissie niet.
Voorts staat vast dat de werknemer niet onvoorwaardelijk heeft ingestemd met de functie en het salaris van docent LC. Doordat de werkgever de werknemer desondanks heeft geplaatst in die functie, is sprake van gedwongen herplaatsing. 
Daarom heeft de werknemer het recht op een toelage zoals opgenomen in artikel 5.5 lid 4 cao mbo. De werkgever heeft die ten onrechte niet toegekend.

Trefwoorden: