Datum uitspraak: 13-01-2021
Nummer uitspraak: 109517
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Voortgezet onderwijs
Samenvatting 

Situatie
Een leerling zat de schooljaren 2017-2018 en 2018-2019 op een school voor voortgezet onderwijs. De moeder van de leerling heeft op 21 oktober 2020 een klacht ingediend over de wijze waarop de school de leerling heeft ondersteund.
Een voorzitter van de Commissie heeft de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat deze te laat is ingediend. Tegen deze beslissing heeft de moeder bezwaar gemaakt. .

Beslissing van de Voorzitter
Het bezwaar van de moeder tegen de kennelijk niet-ontvankelijkheidsbeslissing is ongegrond.

Toelichting
De Commissie hanteert een verjaringstermijn van een jaar. De moeder heeft de klacht ingediend op 21 oktober 2020, dus had in beginsel een klacht kunnen indienen over gebeurtenissen die vanaf 21 oktober 2019 zijn voorgevallen. Haar zoon had de school echter al uiterlijk op 31 juli 2019 verlaten. De klacht is dus buiten de verjaringstermijn ingediend. De door de moeder gegeven argumenten waardoor zij de klacht niet eerder kon indienen, acht de Voorzitter niet steekhoudend. Zij had het dossier ruim op tijd op orde en had tijdig een klacht kunnen indienen. Zij heeft echter eerst  stappen gezet om een juridische procedure te voeren. Nadat zij deze niet had doorgezet, heeft zij de zaak achter zich willen laten tot zij om haar moverende reden toch besloot alsnog een klacht in te dienen. Toen was de termijn voor het indienen van een klacht echter verstreken.