Datum uitspraak: 29-06-2019
Nummer uitspraak: 108698
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Sector: Primair onderwijs
Samenvatting 

Situatie
Een school plaatst een leerling met een extra ondersteuningsbehoefte op een buitenschoolse interventievoorziening. De gedragsspecialist van deze voorziening concludeert dat het speciaal onderwijs cluster-4 de beste plek is voor de leerling. De moeder van de leerling is het daar niet mee eens. Daarnaast klaagt zij erover dat zij vooraf niet geïnformeerd is over de mogelijke consequentie dat een advies speciaal onderwijs zou kunnen volgen. De moeder meent dat deze conclusie te snel is getrokken omdat de looptijd van het interventietraject nog niet was verstreken. De leerling kan niet terug keren naar zijn reguliere school. Gedurende deze periode heeft de leerling op verzoek van moeder huiswerk gekregen van de school en toetsen gemaakt.

Advies van de Commissie
De klachten over de communicatie over de interventie en over het verzorgen van onderwijs in de periode van thuiszitten zijn gegrond.
De klachten over onvoldoende passende begeleiding en over het inhoudelijk advies speciaal onderwijs zijn ongegrond.

Toelichting
De school heeft kort na de start van de leerling op school verschillende interventies ingezet om de ondersteuningsbehoefte van de leerling nader in kaart te brengen en hem extra te begeleiden. Hierover heeft de school met de moeder gecommuniceerd en afstemming gezocht. De ingezette maatregelen zijn passend. Het doel van het interventietraject was voor de moeder wel duidelijk. De school is er wel onvoldoende duidelijk geweest over geweest dat de leerling na het buitenschoolse interventietraject misschien niet terug zou kunnen keren naar het regulier onderwijs.
De conclusie dat cluster-4 het best passend is, is gebaseerd op een rapport van een gedragsdeskundige en voldoende onderbouwd. Het is niet ongebruikelijk dat een conclusie al gedurende een interventie wordt getrokken wanneer het beeld van de leerling duidelijk is.
Van de school had verwacht mogen worden verantwoordelijkheid en regie te nemen om na afloop van het interventietraject onderwijs aan de leerling te verzorgen. De school wist immers dat de buitenschoolse interventie van tijdelijke aard was en de leerling mogelijk niet terug zou keren naar de school.