Datum uitspraak: 28-06-2004
Nummer uitspraak: 102540 Verzet tegen kennelijk niet
Type: Uitspraken Onderwijsgeschillen
Samenvatting 

Werkneemster is per 01-02-2002 ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid. Vervolgens heeft zij de werkgever enkele malen benaderd over een mogelijke herplaatsing in een passende functie. Op haar laatste verzoek om herplaatsing heeft de werkgever bij brief van 12-01-2004 afwijzend gereageerd. Hiertegen heeft de werkneemster beroep bij de Commissie ingesteld. Dit beroep is door de Voorzitter van de Commissie kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet is gericht tegen een voor beroep vatbare beslissing. Tegen die uitspraak heeft werkneemster bij de Commissie verzet gedaan. Werkneemster voert aan dat de werkgever in de ontslagbeslissing had dienen aan te geven dat zij niet herbenoemd zou worden zodat zij daartegen in beroep had kunnen gaan. Nu dat niet is gebeurd, beroept werkneemster zich op verschoonbare termijnoverschrijding. De Commissie overweegt dat de ontslagbeslissing expliciet de beroepsclausule vermeldde en dat werkneemster destijds werd bijgestaan door haar gemachtigde. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. De weigering om een gewezen werknemer een functie aan te bieden en de weigering in te gaan op een loonvordering, kunnen niet worden aangemerkt als voor beroep vatbare beslissingen.
Verzet ongegrond.

Trefwoorden: