Datum uitspraak: 08-04-2020
Type: Uitspraken Ondernemingskamer
Door: 
Ondernemingskamer Gerechtshof Amsterdam
Samenvatting 

De Landelijke Commissie voor Geschillen LCG WMS deed op 19 november 2019 uitspraak in een advies- en nalevingsgeschil over de begroting van een school. De Commissie verklaarde het verzoek van de MR niet-ontvankelijk. De MR had ook een nalevingsgeschil over de vergoeding van de kosten van een deskundige en het voeren van rechtsgedingen ingediend. De Commissie wees het nalevingsverzoek in zoverre toe dat deze kosten van de MR ten laste komen van het bevoegd gezag tot een bedrag van in totaal € 7.000,- inclusief btw.
Tegen deze uitspraak van de LCG WMS stelde de MR beroep in bij de Ondernemingskamer. 

De Ondernemingskamer bevestigt uitspraak LCG WMS in advies- en nalevingsgeschil over begroting en verwerpt uitspraak in nalevingsgeschil over vergoeding kosten van raadplegen deskundige en voeren rechtsgedingen, maar matigt vergoeding zelf ook.

Toelichting

Net als de Commissie is de Ondernemingskamer van oordeel dat de MR alleen adviesbevoegdheid heeft bij de vaststelling van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid. De begroting voor 2019 kan niet als een vaststelling van het meerjarig financieel beleid worden aangemerkt. In het MR-reglement is geen aanvullende adviesbevoegdheid over de jaarbegroting opgenomen. Het enkele verzoek van de rector aan de MR om over de begroting 2019 te adviseren doet geen adviesbevoegdheid als bedoeld in artikel 11 Wms ontstaan.

De Ondernemingskamer verklaart het beroep gegrond voor zover het is gericht tegen de vaststelling van de kosten van het raadplegen van een deskundige en het voeren van rechtsgedingen. Maar ook de Ondernemingskamer is van oordeel dat het bedrag, dat in rekening is gebracht voor de procedure bij de Commissie en de procedure bij de Ondernemingskamer, in geen verhouding staat tot de aard en de omvang van het geschil en dat die kosten niet als redelijk kunnen worden aangemerkt.

Voor de procedure bij de Commissie komen volgens de Ondernemingskamer in totaal 25,5 uur a € 265 per uur, vermeerderd met 8% kantoorkosten en 21% btw voor vergoeding in aanmerking. Dat is iets meer dan de € 7.000 die de Commissie had toegekend. Voor de procedure bij de Ondernemingskamer kan tien uur in rekening worden gebracht. In totaal (voor beide procedures) komt € 13.034,72 inclusief btw ten laste van het bevoegd gezag.

Downloaden​

  • Beschikking Ondernemingskamer d.d. 8 april 2020, gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHAMS:2020:1089
  • Uitspraak LCG WMS d.d. 19 november 2019 (108866)